Project Description

Heemer (onder constructie)

De heemer is een typische werkboot en was vroeger te vinden op smalle wateren in Vlaanderen. Voor het eerst duikt de naam op in een tolreglement uit het begin van de 13de eeuw voor de steden van het Zwin als ‘hout-eemer’ en vermeld bij de roeiboten.

In de loop der jaren zijn er verschillende schrijfwijzen gebruikt, zoals: heemer, eemer, emmer of emer.

Naargelang de werf treden er lichte verschillen op in de bouw. Zo zijn er enerzijds heemers met strakke, rechtopstaande zijboorden, anderzijds treffen wij er ook aan met lichtjes bollende zijboorden.

De lengte van deze werkboot varieert tussen 6,5 en 9 meter. In vergelijking met een Brabander zijn ze eerder smal van bouw. De lengte-breedteverhouding bedraagt 3,88 tot 4 op 1.

Het vlak is volkomen vlak, wat te verklaren is omdat deze boten bij het vervoer van goederen wel eens over een overdracht moesten getrokken worden. De vlakeinden zijn stomprond.

De bovenste boorden lopen spits naar de stevens toe, die ver naar buiten hellen.

Er is geen berghout om de romp te beschermen, wel wordt het bovenste boord soms dikker uitgevoerd.

Binnenin is de inrichting sober uitgevoerd. Wij merken een hoogliggende voor- en achterplecht uit eik of grenen. Via een luikdeksel kunnen er zaken opgeslagen worden in het vooronder, dat afgeboord is met een beschieting van dunne rechtopstaande planken.

Verder zijn er twee waterdichte schotten. Als ze uitgerust zijn met een zeil wordt de mast verankerd door de mastbank. En zijn er twee zijzwaarden voorzien.

Voor de zeilen zijn er twee uitvoeringen. Het emmerzeil, ook gevoerd bij de makelaarsboten in Antwerpen en de loodsgalley’s in Vlissingen. Daarnaast het sprietzeil met een bijhorende fok.

Zonder zeil worden deze vaartuigjes geroeid of geboomd. Boeren gebruiken al eens de steel van een rijf als hulpmiddel. Een doft is voorzien voor de roeier.

De heemer als vissersschip is uitgerust met een beun en wordt meestal geroeid of voert een emmertuig.

Als veer is hij uitgerust met twee roeiriemen, zoals afgebeeld op een postkaart van Baesrode. Op  het veer van Orroir aan de Boven-Schelde zijn er op de voorplecht één en op de achterdoft vertikaal twee korte paaltjes bevestigd, waartussen het geleidetouw loopt, waarmede de veerman de boot overtrekt.

Verder wordt de heemer op de Leie gebruikt als werkboot bij het roten van het vlas. In Gent aan de Terplaeten kaai is hij gebruikt om te baggeren. Het slib wordt in het ruim opgeslagen en zo vervoerd naar een stortplaats. Boeren in Exaerde gebruiken de heemer als transportmiddel tussen hun landerijen.

Bronnen:

  • Kaak Maurice, Vlaamse & Brabantse binnenschepen uit de 18de & 19de eeuw, Gent, Provincie Oost-Vlaanderen, 2010, 1ste druk, 300 pp.
  • Archief Koen De Vriese

 

De bouw van het scheepstype ‘heemer’ komt tot stand met de steun van de Provincie Oost-Vlaanderen.